2010: De Groene Weg naar de Middellandse zee

27-08-2013 16:58

Tijdens deze vakantie hebben we het tweede deel van de Groene weg van de Europafietsers gefietst van Brussey naar St. Marie-sur-mer. Hier eindigt normaal de route, maar wij gaan terug naar Arles, waar we de trein naar Dijon zullen nemen en vanuit daar zullen we het laatste stuk naar Brussey fietsen.

Iedereen heeft weleens de Route du Soleil gereden met de auto en de weg die wij volgen loopt ongeveer 50 tot 100 kilometer meer oostwaarts.

In Brussey heb ik een leuke chambre d'hotes gevonden en bij aankomst blijkt deze nog mooier dan we op het internet hadden gezien. Met een supergrote groententuin waar we 's avonds heerlijke sperziebonen uit kregen. Enigste kleine minpuntje ze spraken weinig woordjes Engels, maar met dat heerlijke avondeten en ontbijt neem je dat voor lief. Toen we vertelden wat we gingen doen, stelden ze zelf voor om onze auto in de schuur te zetten voor twee weken. Hij heeft nog nooit zo netjes gestaan.

 

23 mei 2010 (76,6 km)
De eerste dag van onze eerste trektocht. Het was even moeilijk om het beginpunt te vinden in Marnay, maar na een minuut of vijf rond fietsen, hebben we het toch gevonden. Hierna glooien we door de rand van de jura. Het gaat lieflijk op en neer met hier en daar een korte steile klim. John en ik staan ergens uit te puffen en gelijk komt er iemand naar buiten om te vragen of we water nodig hebben of iets anders. Een andere keer willen ze ons al helpen om de weg te zoeken.

In Arc-et-Senans bekijken we van buiten het museum. Dit is in een boog gebouwd en is een oude zoutfabriek, maar we hebben geen puf om er binnen te kijken. Hierna fietsen we verder. Ik heb een chambre d'hotes gereserveerd, maar daar komen we veels te vroeg aan en ondanks dat we nog een uur wachten blijft het gesloten en besluiten we het verlies van 15 euro die we vooruit hebben betaald voor lief te nemen en toch maar een dorp verder te fietsen. Voor de zekerheid bel ik wel eerst naar een hotel om een plaats te reserveren en gelukkig hebben ze nog een plekje. Langzaam beginnen we in de verte een bergketen te ontdekken en het lijkt echt steil omhoog te gaan. 

In Poligny eindigen we aan de voet van een hele flinke klim, maar dat is voor morgen. Het hotel is even zoeken en veel vragen, maar uiteindelijk vinden we het hotel. Zoals de meeste hotels in Frankrijk ziet het er wat chabby uit. Het eten is heerlijk en met de bedden is ook weinig mis.

 

24 mei 2010 (60,6 km)

Na een heerlijke nacht en een echt frans ontbijt van een croissant en een stuk stokbrood met jam kunnen we aan onze reis beginnen. Als ik buiten kom mis ik de fietsen. Die blijken netjes in de keuken gezet te zijn. We halen de fietsen uit de keuken en John blijkt een lekker 

band te hebben. Ik zal niks verraden, maar dat gaat deze vakantie vaker gebeuren :-) Soms is het geluk met je en er blijkt een motorrijder in het hotel te zijn die fietsenmaker is en met John als ex-bandenmonteur is dat wiel in een mum van tijd gewisseld. Ondertussen laat ik de receptionist een kamer reserveren in het volgende plaatsje waar we willen slapen. Ik kreeg namelijk een antwoordapparaat en dat ging echt te snel.

Toen konden we eindelijk aan de tweede rit beginnen en zoals gezegd begint die met een zware klim van ongeveer vijf km langs de bergkam omhoog. Een flinke klim, maar het eindpunt maakte het erg mooi. Een soort minimini grand canyon met het uitzichtpunt. Even wat foto's gemaakt, maar die doen het geen recht.

In Mirebel hebben we van een lekkere lunch genoten. Vlak voor het restaurant kwamen we een groep ruiters tegen en die gingen lekker bij een boom pauzeren en de paarden mochten lekker grazen. Na de lunch kregen we nog een paar klimmen voor de kiezen en in Cernon wachte ons hotelletje. De fietsen stonden in de garage. We kregen er ook nog avondeten bij en John vergiste zich in het avondeten waardoor hij aan een pensworstje zat. Na een paar happen hoefde hij niet meer. Ik zat daar en tegen van een heerlijk foreltje te genieten dat bij wijze van spreken zo vanuit de rivier op mijn bord was gesprongen.

 

25 mei 2010 (70,5 km)

Een problematische zware dag door een stevige zuidenwind. We fietsten de hele dag langs de Ain en zo slingerden we langzaam de Jura uit. Dit schitterende gebied achter ons latend. Restaurants en winkels waren er niet te vinden. Uiteindelijk met heel veel moeite een kebabzaakje gevonden wat open was. He

le mooie aparte bruggen gezien, zoals een dubbele brug met heel hoog de trein en ergens in de diepte de autobrug. Ook waren er veel open vlakte met heel veel tegenwind.

We redden dan ook niet de bedachte afstand en eindigden in Priay op een camping in een lege caravan, want er was verder helemaal niks te vinden. Geen Chambre d'Hotes, geen chabby hotel, gewoon helemaal niets. Gelukkig was er nog wel een restaurant in het dorp wat speciaal voor ons wat langer open bleef en waar we heerlijk hebben gegeten. Op de terugweg heb ik nog even gekeken hoe laat de bakker open was voor de broodjes.

 

26 mei 2010 (58,6 km)

Na een hele slechte nacht door de regen die op het dak tikte en geen lekker bed en nog wat andere dingetjes zijn we vroeg vertrokken. Na een tijdje verlieten we de Ain en gingen we verder met de Rhone. In Loyettes was het tijd om te lunchen en we hebben het drukste restaurant opgezocht en het eten was heerlijk. Hierna verder gefietst totdat we echt een plekje moesten gaan vinden omdat het zo erg begon te betrekken en heel erg benauwd werd. We hebben een plekje gevonden bij een Ibis hotel aan de snelweg, maar voor fietsers vanaf de achterkant te bereiken. We waren een uurtje binnen toen het onweer losbarste.

 

27 mei 2010 (63 km)


Soms heb je weleens een lekke band, soms weleens twee en zoms weleens drie. Gelukkig na die derde waren we bijna bij het hotel. De ochtend ging rustig met wat klimmetjes, m

aar het viel allemaal mee. Na een lekkere lunch begon het. We zagen een andere fietser verschijnen en toen we hem in hadden gehaald, werd ik door hem terug geroepen dat John een lekke band had. Dus we haalden alle spullen te voorschijn en met een half uurtje waren we weer op weg.

Na weer een uurtje was de band nog eens lek. Intussen fietsten er twee nederlanders met ons mee en die verbaasden zich al over de routine. Ik had al een hotel voor hun en ons geboekt en daar moesten we om zes uur zijn. Wij klommen wat makkelijker dan hun en zo kregen wij wat voorsprong. Na weer een uurtje had John weer een lekke band. Hij was er zo klaar mee dat de fiets bijna bij de koeien in de wei lag, maar gelukkig met die gooi zette hij hem toch weer netjes op zijn kop. Aangezien er iemand op tijd in het hotel moest zijn, heb ik John alleen gelaten en ben ik snel verder gefietst. 

Ik was op tijd op het hotel en legde uit dat de rest later kwam doordat mijn man een lekke band had. Zij stelden voor om er met een auto heen te rijden en hem op te halen. Ik heb besloten om dat toch maar te doen, want ik wist ook niet hoe erg de lekke band was. Nou dat was een hele slechte keuze. De chauffeur was een oudere man die geen woord anders dan Frans sprak en ook nog een autocoureur althans zo reed hij. Het ging flink bergopwaarts en het was flink bochtig. Ik moest mij echt goed schrap zetten. Ten ik zag dat John weg was probeerde ik hem duidelijk te maken dat we om konden keren, maar dat lukte erg slecht. Imiddels reden we het militair schietgebied in en het enigste wat hij de hele tijd riep was en duidelijk maakte was als je van de weg af ging dood was. Na nog vijf kilometer rijden lukte het mij eindelijk om het duidelijk te maken en keerden we om en scheurden we met dezelfde snelheid bergafwaarts en hij bleef maar ratelen. Toen we bij het hotel aankwamen, zag John mij en volgens hem was ik het groene stadium aardig genadert. Ik heb ook eerst gewoon even stil staan ademen om de misselijkheid de baas te worden.

Volgens die andere Nederlanders had ik mijn fiets niet zomaar op de fiets mogen laten staan, want die kon gejat worden, maar de medewerkers van het hote zaten te eten en hielden hem in de gaten. Hierna de kamer opgezocht en lekker gedoucht en na een heerlijke maaltijd gaan slapen.

 

28 mei 2010 (93 km)

Vannacht beleefde ik de autorit nog even opnieuw in een nachtmerrie en viel ik daardoor met matras en al uit bed. Daarna de matras op de grond gegooid en daar verder geslapen. Kon ik tenminste niet meer uit bed vallen. Na ik geloof tien kilometer hadden we weer eens een lekker band, nu gewoon door een steentje. Gelukkig zijn we een geroutineerd plakstel geworden en na nog geen 30 minuten zijn we weer op weg.

 

Na een uurtje de volgende lekker band, we zijn op weg naar Chabeuil waar een fietsenmaker zat. In de plaats zelf vragen we de weg en iedereen weet wat ik bedoel, zo goed is mijn Frans dan wel, maar de afstanden verschillen van vierhonderd meter tot een kilometer. Uiteindelijk is het zo'n twee kilometer. Na het probleem te hebben uitgelegd dat we zes lekke banden hebben gehad en dat onze conclusie is dat het het velglint is. Dat alles in mijn beste Frans, kijkt de fietsenmaker is ons met veel medelijden aan en gaat aan de slag. In nog geen 10 minuten is de band eruit en er weer in, ziit er een nieuw velglint om en zijn de remmen opnieuw afgesteld. Yep John is toch niet zo goed als hij dacht ;-) Nee dat is gemeen het bleek dat de jongen onderhoudsmonteur was bij een wielerteam.

Hierna ging het ligt glooiend richting Aouste waar we een slaapplaats hopen te vinden. Eerst verdwalen we nog een keer. De hoofdroutes zijn goed beschreven, maar soms vallen de varianten at tegen. Om zeven uur waren we in Crest waar we geen slaapplaats konden vinden. Ik fietste inmiddels op mijn tandvlees en er moest snel wat komen. John ging het vragen bij een tankstation en hij had weer al het geluk van de wereld. Er werkte een Nederlander en die wist wel een plekje. Dit lag heel mooi aan de rivier de drome, we hadden zelfs uitzicht op de rivier die direct langs onze kamer stroomde.

In Aouste zat een afhaalpizzeria waar we twee heerlijke pizza's bestelden en een fles rose. Deze aten we op op ons terrasje bij de kamer. Daarna nog de schrik van mijn leven in de douche. Ik riep eerst enthousiast naar John over het leuke douchegordijn met grote insecten erop gedrukt tot ik het uitvouwde en er een hele echte vreselijk grote spin op zat. Toen heb ik de boel bij elkaar gegild. Gelukkig heeft mijn held mij gered en hem vriendelijk verzocht te vertrekken.

 

29 mei 2010 (77 km)

Gisteravond hebben we de slaapplaats bij vrienden alvast geregeld in Suse-la-Rousse en konde we in alle rust twee bergen over klimmen. Ik had liever in Crest overnacht, want dan had je nog een paar kilometer om in te fietsen. Nu moest je gelijk vol aan de bak met klimmen tussen de vijf en acht procent. En wij dachten de hele tijd dat we wel naar rechts gingen draaien, want rechtdoor dat kon niet die berg ging het echt niet worden. Nou die werd het dus wel en het was een hele mooie, maar zware klim.

Maar na iedere klim komt er een heerlijke afdaling. Dat is toch altijd wel de beloning voor het zware werk. Deze eindige in Saou, dit is een kunstenaarsdorp met op deze dag een biologische markt met allemaal heerlijke dingen. Na de koffie gingen we weer verder en kregen we de tweede zware klim voor de kiezen. Deze lag geheel in de zon en dat maakte het erg zwaar. Ja de provence laat zich gelijk van zijn warme kant zien. Bovenop werden we beloond met een schitterend uitzicht en een fruitkraampje waar we verse kersen haalden die we gelijk hebben opgepeuzeld. Door de fruitsuiker hadden we weer energie en daalden we heerlijk af waaarna we in volle vaart richt Suze zijn gegaan. Daar had Fanny het huisje klaar gemaakt en Bambi was weer erg blij om ons te zien.

 

30 mei 2010

Een heerlijke rustdag waarop ik alleen even naar de winkel ben gereden voor wat eten en we verder heerlijk hebben ontspannen.

 

31 mei 2010 (94 km)

Waar we een paar dagen terug de wind goed tegen hadden kwam nu de Mistral in beeld en die hadden we vol mee. Jullie snappen het al vandaag ging het als een speer. Zonder trappen ging je al twintig kilometer per uur, dus moe werden we vandaag niet echt. In Roquemaure bij een eetcafe gegeten tussen de middag. Ik hou niet van couscous, maar deze was echt heerlijk klaar gemaakt. 

Daarna verder waar we nog even verdwaalden in een dorp. We moesten na zoveel kilometer wat doen en ik dacht dat we daar nog lang niet waren. Het bleek dus dat John het wel goed had. We zijn niet terug gefiets, maar hebben zelf onze weg gevonden. In Fontvielle vonden we een hostellerie waar we een schitterende kamer hadden, 's avonds van een heerlijk diner hebben genoten en 's morgens zo waar een heel groot ontbijt.

1 juni 2010 (85 km)

Vandaag in Arles de treinreis terug naar Dijon geregeld en toen verder naar het eindpunt de Middellandse zee. De route erheen was erg zwaar door de wind, zeker als hij van de zijkant kwam. In St. Gilles heerlijk geluncht bij een italiaans tentje met heerlijk eten. Ik ben niet van plan ooit nog eens in de Camarque te komen, maar stel ik kom er per ongeluk nog een keer dan ga ik daar zeker nog eens eten. 

Uiteindelijk was het maar goed dat het zo waaide anders was het bloedheet geweest. Dat was het nu al. En was John ook nog vreselijk gebeten door muggen, want in de beschutting deden ze dat nog, maar vol in de wind kwamen ze niet. Op een gegeven moment heb je de rijstvelden ook wel gezien en bij de eerste paarden denk je nog leuk en zo wordt je reactie minder en minder, dit geldt ook voor de stieren.

Op een gegeven moment zie ik een fotograaf met een hele grote telelens en drukte ik flink in de remmen, want er moest iets te zien zijn en dat was ook zo. De flamingo's stonden hier en nog geen eens zo ver weg. Hierna eer verder naar de middellandse zee. Ik werd helemaal emotioneel aan het eind, watje!. We hebben het gevierd met een Leffe op een terrasje aan de boulevard. Hierna zochten we het hotel op wat ik nog een aardig eind buiten de plaats lag, maar wel richting Arles.

's avonds hebben we heel exclusief in het hotel gegeten. Ze hadden ook weer pens op het menu, maar John was verstandig. Het toetje kwam op een trolley en we mochten iets lekkers uitzoeken. Daar hou ik wel van.

 

2 juni 2010 (35 km)

Ik ben niet zo, maar we hebben alleen voor het hotel betaald. Degene achter de receptie sprak alleen Frans en ik kreeg niet aan haar hoofd dat we het eten nog moesten betalen. Uiteindelijk maar zo gelaten en snel weg gegaan zodat ze er niet meer op terug kon komen.

Vandaag een zeer zware dag met heel weinig kilometers, maar wel windkracht negen tot elf tegen. Wij schoten dus ook niet op en we hebben ook nog het meest chabby hotel wat in heel Frankrijk te vinden is. Een soort van natuurhotel wat bedekt is met gras en er werken hele vreemde mensen, maar ja verder is er niks te vinden dus doen we het er maar mee. Ze verwijzen ons naar een visrestaurant in het dorp.

We worden opgehaald door de taxi en de chauffeur kan niet wisselen en ik heb het niet kleiner, dus ren ik het restaurant in of hun kunnen wisselen. Uiteindelijk kan een klant voor mij wisselen. Het eten is echt heel slecht, voornamelijk zout en verder smaakloos. Er zitten duitsers achter ons die vragen of ik duits praat en als dat zo blijkt vragen ze wat wij van het eten vinden. We waren het er over eens dat het slecht was.

 

3 juni 2010 (20 km)

Vandaag een superkort ritje, we hoeven alleen maar naar Arles om daar de trein naar Dijon te pakken. Het ontbijt in het hotel blijkt nog minder dan een normaal frans ontbijt te zijn en dus meer dan slecht. Hierna gaan we naar Arles en aangezien onze trein pas laat vertrekt. Ik probeer een hotel in Dijon te boeken, maar het wil maar niet lukken alles is vol door een congres. Uiteindelijk een kamer gevonden en we worden om een uur of zes gebeld op de mobiel om te kijken of het klopt omdat we geen creditcard bij ons hebben en we pas laat aankomen.

De treinreis gaat heel voorspoedig we moeten overstappen in Lyon en als we staan te wachten verandert de hele tijd het perron na een aantal veranderingen blijven we tot zo laat mogelijk beneden wachten. Uiteindelijk komen we rond tien uur in het hotel aan wat schitterend aan een rotonde ligt midden in Dijon en wij slapen gelukkig aan de achterkant.

 

4 juni 2010 (78 km)

We gingen vandaag kijken of onze auto er nog stond. Het was een erg zware rit die flink glooiend naar Brussey liep. Onderweg verdwaalden we ook nog en moesten we even zoeken hoe nu te rijden, maar dat is uiteindelijk wel gelukt. Restaurants waren er niet te vinden pas uiteindelijk om een uur of een en meestal gaan ze dan moeilijk doen, maar ik kwam zo binnen vallen van moeheid dat er een tafeltje voor ons werd klaar gemaakt. We mochten bij wat werklui aan tafel zitten. Het menu van de dag was mosselen met friet, maar hij kwam een portie te kort en een van de werklui werd gevraagd of hij iets anders wou. Hij had wel zin in een portie pens (?) en at het naar binnen dat je bijna dacht dat het lekker was. Ons mosseltjes waren heerlijk. Er kwam een plank op tafel met kaas erop en je mocht zelf afsnijden. Toen we weg reden kregen we nog heerlijk vers water mee.

De auto stond nog netjes op zijn plek en daarna zijn we uit eten in Marnay geweest. Ik voelde me net Julia Roberts toen mijn slak weg sprong, ik miste alleen die ober die hem ving. Ik zat zelf helemaal onder de groene smurrie :-) De auto had alleen wat spinnenwebben opgedaan.

De route was schitterend en misschien dat we hem later nog weleens rijden, maar dan als eindpunt Narbonnen, want de Camarque hoeft niet meer van mij.